Wat
betekent de Titelbank voor het
boekenvak?
Utrecht, 14 oktober 2009
Met de introductie van de, op het ISBN bestand gebaseerde,
Titelbank door de Groep Algemene Uitgevers
en Uitgevers voor Vak en
Wetenschap van het
Nederlands Uitgeversverbond is een totempaal geslagen waar
het hele boekenvak zich aan kan vastklampen. Dat is goed
nieuws in deze woelige tijden waarvan niemand weet welke
koers het beste gevolgd kan worden, als er al sprake van is
dat er nog zelfstandige keuzes mogelijk zijn. Konden we
ontwikkelingen als Printing on Demand, luisterboeken,
eboeken en -readers nog afdoen als marginale
verschijnselen, en daarmee als een evolutionaire
ontwikkeling, inmiddels zijn deze zaken zodanig in een
stroomversnelling geraakt dat we met een ware revolutie te
maken hebben. Dat vraagt om een nuchtere analyse en dito
aanpak.
Om te beginnen is het goed om het begrip "boek" te ontdoen
van de gangbare definitie die erop neerkomt dat iets alleen
"boek" mag heten als het gaat om een stapel met inkt
bedrukt papier met een kaft er omheen. Het is vandaag vrij
gebruikelijk om ook alternatieve verschijningsvormen zoals
audio- en andere elektronische uitgaven gewoon "boek" te
noemen. Overigens geef ik zelf de voorkeur aan de term
"titel", al is het maar om het vreselijke woord "content"
te vermijden. Een nadeel van de term "titel" is wel dat dit
ook kan slaan op een muziekstuk of een film maar eerlijk
gezegd heb ik daar geen enkele moeite mee. Het gaat volgens
mij primair over de inhoud waaraan de vorm ondergeschikt
is. De naam "Titelbank" sluit dan ook naadloos aan bij mijn
opvattingen.
Wie hebben er allemaal baat bij de Titelbank? En wie moeten
de Titelbank vrezen? Laten we daarvoor eerst eens kijken
naar de traditionele schakels in de uitgeefketen. Ieder
boek, ik bedoel natuurlijk iedere titel, begint bij een
auteur (of groep van auteurs). En eindigt bij degene die
kennis neemt van de inhoud, de lezer dus. Of, meer in het
algemeen, de consument. Daar zitten, historisch bepaald,
een aantal schakels tussen. In oorsprong waren er geen
auteurs en lezers maar alleen verhalenvertellers en
toehoorders. Daar kwamen in de loop van de geschiedenis
steeds meer partijen tussen zitten, soms om praktische,
soms om puur commerciƫle redenen. Hoe dan ook, inmiddels
zitten we met, globaal, de volgende keten:
auteur - uitgever - drukker - distributeur - boekhandel -
lezer
of meer in het algemeen:
auteur - uitgever - producent - groothandel - detailhandel
- consument
Terwijl, in principe, alleen de auteur en de consument de
relevante partijen zijn. Tussen die twee heb je alleen een
intermediair nodig, in de huidige terminologie een service
provider. Aan de ene kant een soort makelaar die auteurs
helpt om hun titel kwaliteit en marktwaarde te geven en aan
de andere kant een soort bank waar consumenten de titels
vinden die voor hen interessant zijn. Naar mijn mening
moeten uitgevers en producenten zich meer als service
provider gaan opstellen en de groot- en detailhandel meer
als bank. De vraag wie er baat heeft bij de Titelbank is
daarmee eenvoudig te beantwoorden: iedereen in de
uitgeefketen. De auteur kan zijn titels extra onder de
aandacht brengen (zelfstandig of via de uitgever) en de
consument krijgt een nieuwe en krachtige zoekfunctie om
relevante titels te vinden. Ook de handel kan zijn voordeel
doen met de Titelbank en wat de groothandel betreft is al
duidelijk dat deze er gebruik van zal maken. De enige
schakel die eventueel de Titelbank moet vrezen is de
detailhandel, immers de consument heeft nu rechtstreeks
toegang tot alle titels, ook de titels die het CB niet kan
leveren. Er zijn nu eenmaal talloze titels die niet door
het CB maar wel anders, bijvoorbeeld door de uitgever,
geleverd kunnen worden. Voor boekhandelaren die
klantvriendelijkheid nastreven is de Titelbank daarom
eerder een kans dan een bedreiging.
Concluderend kan worden vastgesteld dat de Titelbank een
grote belofte inhoudt voor ons allemaal. De praktijk zal
uitwijzen in hoeverre die beloftes worden ingelost.
Marten Nube
|